Poirterslaan 26
5611 LB Eindhoven
Postbus 1560
5602 BN Eindhoven
T: 040 - 2155 240
F: 040 - 2155 249

Dossiers arbeidsrechtelijke kwesties

Schorsing concurrentiebeding - Jurisprudentie

Hof Amsterdam 8 maart 2007 (rolnummer 1732/06 SKG)

De werknemer is op 1 januari 2003 bij werkgever in dienst getreden in de functie van productmanager. In de arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald:
"het is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van de directie tijdens de dienstbetrekking en binnen 1 jaar na de beëindiging van de dienstbetrekking in enigerlei vorm werkzaam te zijn - voor eigen rekening of voor derden- op het gebied gelijk of verwant aan dat van de werkzaamheden van onze onderneming of daarbij belang te hebben."
De werkgever exploiteert een groothandel in medische en biochemische producten. De werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst opgezegd en is in dienst getreden van een nieuwe werkgever. De nieuwe werkgever is farmaceutisch bedrijf. Zij heeft onder meer een product ontwikkeld waarmee latente tuberculose kan worden aangetoond. De werknemer is bij de nieuwe werkgever in dienst getreden als Salesmanager Benelux en consultant van het Midden Oosten en Afrika. De werknemer is van mening dat zijn voormalig werkgever hem dient te ontslaan van zijn verplichtingen uit hoofde van het gesloten concurrentiebeding en de geheimhoudingsverplichting vanwege het feit dat er sprake is van andersoortige werkzaamheden, dan wel andersoortige producten. De werkgever daarentegen stelt dat zij over twee van de nieuwe werkgever concurrerende producten beschikt.
Van belang is dat de werknemer stelt dat de producten waar de werkgever op doelt andersoortige producten zijn, althans het gebruik niet gelijksoortig is (het vaststellen van tuberculose diagnose versus de resource naar tuberculose).

Het gerechtshof oordeelde dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen op grond van het door de werknemer gestelde omtrent de onbillijke benadeling van het instandhouden van het concurrentiebeding. Het is naar diens oordeel onvoldoende aannemelijk geworden dat de werknemer vertrouwelijke informatie die hij bij de werkgever heeft verworven aan zijn nieuwe werkgever bekend zal maken, waardoor de werkgever nadeel in haar concurrentiepositie kan ondervinden. Verder is voldoende vast komen te staan dat de overgang van de voormalige naar de nieuwe werkgever voor de werknemer een aanzienlijke positie- en salarisverbetering met zich heeft meegebracht, als een gevolg waarvan voldoende aannemelijk is dat werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Het hof heeft daarom bepaald dat de voormalige werkgever geen nakoming kan verlangen van het concurrentiebeding zolang daaromtrent niet in een bodemprocedure is beslist. Het gerechtshof heeft in tegenstelling tot de kort geding rechter in eerste aanleg derhalve zeer specifiek gekeken naar het doel waarvoor de producten worden gebruikt. Zelfs al is er sprake van vergelijkbare producten, als een gevolg waarvan een concurrentiebeding in stand zou kunnen blijven, toch brengt het feit dat het ene product met het oogmerk op het vaststellen van de tuberculose diagnose wordt ingezet en het andere product verband houdt met de resource naar tuberculose met zich mee dat het concurrentiebeding voor de duur van de bodemprocedure wordt geschorst.