Poirterslaan 26
5611 LB Eindhoven
Postbus 1560
5602 BN Eindhoven
T: 040 - 2155 240
F: 040 - 2155 249

Dossiers arbeidsrechtelijke kwesties

Bent u al voorbereid op de vernieuwde Arbowet?

Per 1 juli 2017 worden de wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet van kracht. Het belangrijkste doel van deze wet is beroepsziekten en arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten zo veel mogelijk te voorkomen, met name in de vorm van een te hoge werkdruk. Daarnaast wordt de betrokkenheid van werkgevers en werknemers vergroot en wordt beoogd de bedrijfsarts een onafhankelijkere positie te geven. In dit artikel geven wij u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en leest u aan welke minimumvereisten het arbodienstverleningscontract dient te voldoen. 

De belangrijkste wijzigingen

Directe toegang bedrijfsarts

Werknemers hebben het recht de bedrijfsarts te bezoeken tijdens een zogenaamd spreekuur. Hierdoor krijgen werknemers toegang tot de bedrijfsarts, voordat klachten leiden tot verzuim. Toestemming van de werkgever is daarvoor niet vereist.

Second opinion

Werknemers krijgen recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts (dus niet van UWV). Als een werkgever een contract heeft met meerdere bedrijfsartsen, dan is het ter keuze van de werknemer welke bedrijfsarts hij om een second opinion vraagt. In overleg met de werkgever mag hij zich ook wenden tot een bedrijfsarts waarmee geen contract is gesloten. 

Gevolgen voor de rol van de OR

De OR of personeelsvertegenwoordiging heeft een instemmingsrecht over een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden. De OR/PVT heeft dus onder andere instemmingsrecht met betrekking tot de keuze voor de arbodienstverlener, het opstellen van het contract met de arbodienstverlener en het opstellen en uitvoeren van het Plan van Aanpak. Ook krijgt de OR/PVT een instemmingsrecht voor de aanstelling en de positie van een preventiemedewerker in de organisatie. De rol van de preventiemedewerker wordt namelijk prominenter met de vernieuwde wetgeving.

Handhaving SZW

De Inspectie SZW krijgt meer bevoegdheden voor handhaving en toezicht ten opzichte van werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen. Aan werkgevers zonder basiscontract kan bijvoorbeeld een boete worden opgelegd.

Basiscontract arbodienstverlening

De vernieuwde wet geeft vereisten aan het vastleggen van afspraken tussen werkgevers en arbodienstverleners. Voor lopende contracten geldt een overgangstermijn van één jaar na de ingangsdatum van de wetswijziging. Hierna worden de aan deze basiscontracten gestelde minimumvereisten uitgelicht.

Aandachtspunten arbodienstverleningscontract

  • Zorg dat in ieder geval de navolgende elementen in het contract zijn opgenomen:
    - De wijze waarop toegang tot de bedrijfsarts is geregeld;
    - Het bezoek van de werkplek door de bedrijfsarts;
    - De mogelijkheid tot het aanvragen van een second opinion;
    - Een beschrijving van de klachtenprocedure;
    - Advisering door de bedrijfsarts over preventie aan de werkgever;
    - De omgang van de bedrijfsarts met de meldingsplicht voor beroepsziekten;
    - Een omschrijving van het overleg van de bedrijfsarts met de OR/PVT en de preventiemedewerker.
  • Wat is de einddatum van uw huidige arbodienstverleningscontract? Voldoet het huidige contract aan de nieuwe wetgeving?
  • Bij de aanwezigheid van een OR/PVT in uw organisatie dient de OR/PVT in te stemmen met de inhoud van het basiscontract;
  • Uiteraard staat het u vrij om naast bovengenoemde minimumvereisten de arbodienstverlening in het contract uitgebreider vorm te geven (bijvoorbeeld met de toegang voor werknemers tot een vertrouwenspersoon).

De publicatie van de wet vindt u via bijgaande link.

Heeft u behoefte aan advies bij de implementatie van de vernieuwde wetgeving? Witberg Hoorn Advocaten helpt u graag. U kunt ons bereiken via: 040 215 52 40 of info@witberghoorn.nl.