Poirterslaan 26
5611 LB Eindhoven
Postbus 1560
5602 BN Eindhoven
T: 040 - 2155 240
F: 040 - 2155 249

Dossiers arbeidsrechtelijke kwesties

Update overeenkomst van opdracht

Begin februari werd bekend dat de opschorting van de handhaving van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) wordt verlengd tot (in ieder geval) 1 januari 2020. Tot 1 januari 2020 worden geen boetes en naheffingen opgelegd, behalve aan kwaadwillenden. De handhaving in geval van kwaadwillenden wordt vanaf 1 juli 2018 uitgebreid. Wanneer wordt iemand als kwaadwillende aangemerkt en wat voor overeenkomst moet men nu hanteren bij een ZZP-constructie?

Uitstel handhaving
De VAR is inmiddels verleden tijd. De wet DBA is daarvoor per 1 mei 2016 in de plaats gekomen, maar levert tot nu toe veel kritiek, onduidelijkheid en onzekerheid op. In het regeerakkoord zijn de contouren voor een vervanging van de wet opgenomen. Uit een kamerbrief van afgelopen december werd duidelijk dat de maatregelen niet eerder dan per 1 januari 2020 in werking kunnen treden. Daarom is besloten de handhaving van de wet op te schorten tot 1 januari 2020.

Uitbreiding definitie kwaadwillenden
Tot 1 juli 2018 wordt alleen opgetreden bij de ernstigste gevallen van kwaadwillenden, namelijk als sprake is van het door opzet, fraude of zwendel vervalsen van concurrentie of het ontwrichten van het economische of maatschappelijke verkeer. Vanaf 1 juli 2018 gaat de Belastingdienst handhavend optreden, indien kwaadwillenden opzettelijk (bewust) een situatie van schijnzelfstandigheid laten ontstaan of laten voortbestaan. De Belastingdienst heeft op dat punt een zware bewijslast en moet daarvoor de volgende criteria alle drie bewijzen:

1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking;
2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid;
3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Let op bij gebruik modelovereenkomsten!
Het gebruik van modelovereenkomsten van de Belastingdienst is niet verplicht, maar wel aan te raden.

Indien gewerkt wordt met een modelovereenkomst, dient men zich te realiseren dat nuttige en relevante civielrechtelijke bepalingen daarin ontbreken. Denk hierbij aan een bepaling voor vrijwaring van de opdrachtgever, indien achteraf wel loonheffing voor de opdrachtnemer verschuldigd blijkt te zijn en een bepaling over het gebruik van bedrijfsmiddelen van de opdrachtgever door de opdrachtnemer.

De modelovereenkomsten van de Belastingdienst zijn voornamelijk vanuit een fiscale bril opgesteld en vormen vaak de basis voor de uitwerking van de te gebruiken overeenkomst. Dat raamwerk dient te worden aangevuld aan de hand van de specifieke situatie. De gemaakte afspraken over de wijze waarop wordt gewerkt, moeten goed worden vastgelegd. De inhoud van de opdracht, de duur, de voorwaarden en de afspraken met betrekking tot aansprakelijkheid dienen duidelijk in de overeenkomst te worden verwoord. Het moet bovendien gaan om werk dat ook daadwerkelijk op opdrachtbasis kan worden verricht en geen werk dat normaal door een werknemer wordt verricht.

De door de Belastingdienst geel gemarkeerde tekst mag niet worden aangepast. Aanvulling en aanpassing van de andere tekst mag, zolang het maar niet ingaat tegen de geel gemarkeerde tekst.

Wilt u een check of met uw overeenkomst van opdracht alle risico’s zijn afgedekt? Neem dan contact met ons op via: 040 - 2155 240 of info@witberghoorn.nl.

Vervolg
De Tweede Kamer heeft het kabinet opgeroepen om voor 1 januari 2019 te verduidelijken wanneer sprake is van een gezagsrelatie. Nog voor de zomer zal het kabinet een hoofdlijnenbrief naar de Tweede Kamer sturen, waarin uiteengezet wordt hoe de verschillende maatregelen worden uitgewerkt. Het streven is begin 2019 het wetsvoorstel in te dienen, zodat de wet per 1 januari 2020 van kracht kan worden.

Wordt vervolgd!